CTL regeling

De CTL subsidieregeling van Npuls is erop gericht dat alle publieke mbo-scholen, hogescholen en universiteiten aan het eind van het programma een Center for Teaching & Learning (CTL) hebben opgezet of doorontwikkeld. Daarnaast moet het voortbestaan en de benutting hiervan voor de langere termijn geborgd worden.

“IN 2028 HEEFT ELKE MBO, HBO EN WO-INSTELLING EEN CENTER FOR TEACHING & LEARNING”

 

Vanuit Npuls is er een financiële bijdrage beschikbaar voor alle instellingen voor de (door)ontwikkeling van een Center for Teaching & Learning binnen hun eigen instelling of samen met andere instellingen. Middels deze CTL-subsidieregeling kunnen instellingen een aanvraag doen voor deze financiële bijdrage. Op deze pagina vind je alle informatie over de regeling vanuit het programma Npuls. Alle informatie over de aanvraag van de subsidie kan je vinden op de website van DUS-I.

 

Uitgangspunten van de regeling

CTL’s zijn onderdeel van een integrale verandering

De inrichting van een CTL is één van de instrumenten die door de sectoren worden ingezet om de gewenste digitaliseringsimpuls te realiseren. Deze impuls vraagt een integrale aanpak waarin de CTL een onderdeel is. De regeling geeft instellingen toegang tot een subsidie van maximal €500.000,- per instelling, maar is onderdeel van een financiele impuls voor de hele sector van ca. €600.000.000,-.

Alleen ga je sneller, samen kom je verder

Deelnemers aan deze regeling worden onderdeel van een community waarin wordt samengewerkt (tussen instellingen, tussen onderwijssectoren, met verschillende onderdelen van Npuls), kennis wordt gedeeld en begeleiding wordt aangeboden. Meedoen aan deze regeling betekent meedoen aan een begeleidingstraject en actief participeren in een landelijke community. Instellingen worden aangemoedigd om samen te werken in het opzetten van een CTL, maar dienen ieder een apart aanvraag in te dienen.

CTL’s gaan over meer dan digitalisering, maar digitalisering is wel een belangrijk onderwerp

Een CTL houdt zich bezig met onderwijs en onderwijsinnovatie. Digitalisering kan op drie niveau’s impact hebben binnen een onderwijsinstelling;
1. digitalisering in het onderwijs (curriculum, inhoud)
2. digitalisering van het onderwijs (blended lesgeven, digitale leermiddelen)
3. digitalisering van de organisatie van het onderwijs (flexibilisering, wendbaarheid).

Financiering

Voor iedere onderwijsinstelling is een subsidie (minimaal €250.000 en maximaal €500.000 per instelling) beschikbaar om een CTL in te richten, of een bestaande door te ontwikkelen. Instellingen kunnen een aanvraag doen bij het subsidieloket DUS-I, dat ook de toekenningen verzorgt. Per ronde wordt steeds een aantal aanvragen toegekend; zo krijgt iedere onderwijsinstelling in de loop van Npuls de gelegenheid om aan de slag te gaan.

Beoordeling subsidieaanvraag

Voor de periode van 1 september 2023 tot en met 31 december 2026 is een beoordelingscommissie Subsidieregeling Npuls CTL benoemd. Deze leden van universiteiten, hogescholen en middelbare beroepsopleidingen brengen veel kennis en expertise met zich mee, zowel over hun sector als onderwerpen waar CTL’s mee te maken hebben in een onderwijsinstelling.

De leden van de beoordelingscommissie zijn:

  • dhr. prof. dr. G.J. van der Zwaan, tevens voorzitter;
  • mw. dr. E. C. Bergijk;
  • dhr. drs. M. Bouziane;
  • dhr. D. van Dillen;
  • mw. dr. D. M. E. Griffioen;
  • dhr. W. van der Horst, MA;
  • mw. dr. M. H. Kral;
  • dhr. E. Sacan, MSc;
  • dhr. prof. dr. P. B. Sloep;
  • dhr. drs. M. Soeters;
  • mw. dr. K. Vanlommel;
  • mw. mr. F. Zafar.

Planning

In augustus 2023 is het eerste deel van de regeling gepubliceerd in de Staatscourant, waarin in twee rondes maximaal 44 aanvragen worden toegekend. Begin april 2024 zijn de eerste CTL subsidies toegekend. Inschrijven voor de tweede ronde kan van 1 tot en met 31 oktober 2024. Na de start van de tweede fase van Npuls beogen we de regeling te verlengen voor ronde 3 en ronde 4.

Meer informatie over de planning, de beoordelingscriteria en over aanvragen vind je op de website van DUS-I.

Begeleiding

Een Center for Teaching & Learning creëren in een onderwijsinstelling is een veranderproces en vraagt om inhoudelijke kennis. Het delen van geleerde lessen en onderzoek vanuit andere instellingen kan instellingen helpen tijdens het proces. Daarom starten we een begeleidingstraject voor de instellingen wiens aanvraag toegekend is.

De begeleiding bestaat onder andere uit:

  • Lessons learned uit het veld
  • Voorschouw door DUS-I
  • Veranderkundige inzichten
  • Feedback op voorlopige aanvragen (geanonimiseerd)
  • Online bijeenkomsten van het Landelijk Kennisnetwerk CTL’s (kijk in onze agenda)

 

Tweede ronde CTL subsidieregeling

Begin april heeft DUS-I bekend gemaakt welke instellingen de CTL subsidie in de eerste ronde toegekend hebben gekregen. Inmiddels is er ook meer bekend over de begeleiding en het proces voor de tweede ronde subsidieaanvragen. Hieronder lichten we dit verder toe, en geven we aan wat is aangepast zijn naar aanleiding van ervaringen uit de eerste ronde.

CTL webinar 21 mei
In het webinar op 21 mei a.s. sluiten DUS-I (uitvoerder van de subsidieregeling) en OCW (subsidieverstrekker) aan om:

  • Een algemene presentatie te geven over de bevindingen van de DUS-I beoordelingscommissie n.a.v. de eerste ronde subsidieaanvragen;
  • Te delen welke leerpunten er uit deze eerste aanvraagronde meegenomen kunnen worden.

Tijdens dit webinar is er ook ruimte om vragen te stellen. Meld je hier aan.

Aangepast format voor de subsidieaanvraag
Het streven is dat DUS-I op 22 april het gewijzigde format CTL-plan voor de 2e ronde op de DUS-I website plaatst. Het beoordelingskader en de beoordelingscriteria in de CTL-regeling zijn onveranderd. Dit betekent dat het al mogelijk is om met een nieuwe aanvraag aan de slag te gaan. In het aangepaste format CTL-plan worden op basis van ervaringen uit de 1e ronde de achtergrond en bedoeling van de beoordelingscriteria in het beoordelingskader met hulpvragen verduidelijkt. Dit helpt om de aanvraag nog beter in te vullen. Er zal op korte termijn een kennisclip (op het Npuls LinkedIn kanaal) komen waarin de wijzigingen in het aangepaste format worden toegelicht.

Publicatie aangepaste regeling
Het streven van DUS-I is om begin mei de wijzigingsregeling (voor de tweede aanvraagronde) te publiceren. Hierin zijn een aantal onderdelen verder gespecificeerd en uitgewerkt. De wijzigingen hebben geen invloed op het karakter van de regeling en zullen niet zorgen voor grote aanpassingen in het aanvraagproces.

Voorschouw
Van half mei tot half juli is er de mogelijkheid om een voorschouw bij DUS-I in te dienen. Ook na de zomer is er een mogelijkheid voor een voorschouw, van 1 tot en met 30 september. Elke onderwijsinstelling kan één keer een voorschouw doen per aanvraagronde. We adviseren om deze, indien mogelijk, voor de zomer in te plannen. Dat geeft instellingen voldoende tijd om de feedback op de (concept)aanvraag te verwerken voor de daadwerkelijke indiening. Op de website van DUS-I zal half mei het voorschouwportaal hiervoor worden opengesteld. In dit portaal kunnen instellingen de gevraagde documenten uploaden en een tijdslot voor de voorschouw inplannen.

Indienen subsidieaanvraag tweede ronde
Van 1 tot en met 31 oktober kunnen de definitieve subsidieaanvragen voor de tweede ronde worden ingediend via de website van DUS-I.

Goed om te weten, is dat het niet gehonoreerde budget uit de eerste ronde zal verschuiven naar de tweede ronde. Concreet betekent dit dat er in de tweede ronde ruimte ontstaat voor meer toekenningen.

Voor vragen kan je een bericht sturen naar CTL@Npuls.nl.

 

Begeleiding eerste CTL cohort

In september start het begeleidingstraject vanuit Npuls het eerste CTL cohort. Deze zal bestaan uit algemene overkoepelende onderwerpen waar het cohort expertise in kan ontwikkelen en met elkaar kan delen. Daarnaast behandelen we ook de meer specifieke ontwikkelvraagstukken van de afzonderlijke instellingen.

Deelname aan het eerste cohort

Alle instellingen die de subsidie toegekend hebben gekregen nemen deel aan het begeleidingstraject, in dit geval het eerste cohort. Daarnaast krijgen ook instellingen die (nog) geen subsidie hebben gekregen of aangevraagd, de mogelijkheid om hieraan mee te doen. Zij komen voor deelname in aanmerking naar aanleiding van een verkennend gesprek met het CTL team en de geïdentificeerde stakeholders binnen de instelling. Voor deelname aan dit traject vragen we commitment om tenminste één dagdeel per maand te investeren door het bijwonen van de bijeenkomsten.

Wil je graag met het CTL team in gesprek om te verkennen of het voor jouw instelling passend is om mee te doen aan het eerste cohort? Meld je dan hier aan en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met je op.

Voor vragen over dit traject kan je een bericht sturen naar CTL@Npuls.nl.

Samenwerken

Samenwerken tussen instellingen, eventueel sector overstijgend, kan plaatsvinden op verschillende niveaus.

Niveau 1 – Kennisdeling en – uitwisseling Niveau 2 – Collegiale visitatie en intervisie Niveau 3 – Samen projecten uitvoeren
  • Good practices & bad practices met elkaar delen
  • Materialen met elkaar delen
  • Elkaar op de hoogte houden van onderwijsinnovaties
  • Internationale perspectieven opdoen
  • Een kijkje bij elkaar in de keuken en daar ook je mening over geven
  • Met elkaar meedenken over hoe het (nog) beter kan worden ingericht
  • Elkaar tips & trucs geven over het veranderkundige proces
  • Samen training geven aan docenten
  • Samen materialen ontwikkelen
  • Samen innovatieprojecten van docenten ondersteunen
  • Samen onderzoek doen
  • Samen lobbyen
  • Samen kennis en informatie vindbaar maken

Terugblik kick-off CTL-subsidieregeling 27 juni

Dinsdag 27 juni vond de kick-off van de CTL- subsidieregeling plaats in Utrecht. De uitgebreide terugblik lees je hier. De presentatie die werd gegeven tijdens de kick-off vind je hier. De meest gestelde vragen tijdens de bijeenkomst worden binnenkort hier toegevoegd. Bekijk hieronder de kick-off terug of klik hier voor meer opnames van de webinars over de CTL regeling.

Meer informatie over Centers for Teaching & Learning

Kijk hier voor meer informatie over Centers for Teaching & Learning.
Lees het interview met Andrea Kottman, CTL-expert, over verschillende CTL-structuren in het buitenland.

Veelgestelde vragen

Algemeen

Waarom hebben we een Center for Teaching & Learning nodig?

Om onderwijs van wereldklasse te kunnen verzorgen, is het van belang om als docent steeds de mogelijkheid te hebben je te professionaliseren met de nieuwste inzichten en kennis, om evidence-informed te werken, en om onderwijsvernieuwing op een goede manier aan te jagen. Daarbij ondersteunen CTL’s. Ook voor Npuls zijn CTL’s belangrijk. Npuls heeft echt impact als de resultaten aansluiten bij wat lerenden en docenten nodig hebben, en als zij daar direct toegang toe hebben. In een Center for Teaching & Learning pas je algemene, met en voor docenten, opgedane inzichten toe in de eigen praktijk. Zo kunnen docenten en lerenden ook daadwerkelijk iets met de kennis en voorzieningen die instellingen binnen het programma ontwikkelen. Daarom richt iedere onderwijsinstelling (mbo, hbo en wo), samen met andere instellingen, een Center for Teaching & Learning in.

‘Verhogen van kwaliteit’ kan op verschillende manieren geduid worden. Kwaliteit is geen waardevrij begrip. Wat is daar de opvatting over?  

In de aanvraag bij het groeifonds wordt over verschillende aspecten van kwaliteit gesproken. Een klein stukje uit de aanvraag ter illustratie:  

Internationaal onderzoek en advies laten zien dat digitale methodieken de leerervaring en de motivatie van lerenden kunnen verbeteren. Door de inzet van doordachte digitalisering worden lerenden beter bediend op basis van persoonlijke behoeften, kennis en vaardigheden; studiebegeleiding wordt beter afgestemd op de lerende. Dit leidt tot hogere leeropbrengsten. Ook het werk van docenten kan door inzet van digitalisering verbeteren.   

Het gebruik van nieuwe technologieën in het mbo, hbo en wo staat nog in de kinderschoenen. Het gaat onder meer om de toepassing van digitale technologieën, zoals Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR), Mixed Reality (MR) en serious gaming, maar ook om een verantwoorde inzet van studiedata, learning analytics en Artificial Intelligence (AI). Internationaal wordt veel geïnvesteerd in educatieve technologie, maar Europa en Nederland lopen hierin steeds verder achter. In China worden de grootste investeringen gedaan en de VS is het land met de meest volwassen digitale leer- en hulpmiddelen. De toegevoegde waarde van EdTech op de (PISA-)resultaten is daar het grootst. In China en Australië wordt AI bijvoorbeeld ingezet om uitval te verminderen en studiesucces te verhogen. Het Nederlandse onderwijs dreigt internationaal achter te lopen als niet meer wordt geïnvesteerd in doordachte digitalisering in het onderwijs. Digitalisering kan bovendien helpen in het wegnemen van administratieve barrières in de inrichting van het onderwijs, bijvoorbeeld door administratieve systemen op elkaar aan te sluiten. Het Nederlandse onderwijs is echter nog niet ingericht om mobiliteit tussen opleidingen en instellingen en keuzevrijheid van lerenden te ondersteunen. Het biedt lerenden niet de optimale kansen in het onderwijs, wat leidt tot minder goede kansen op de (internationale) arbeidsmarkt en in de samenleving.  

Zijn we, als instelling, verplicht een CTL in te richten?

Npuls heeft een aantal ambities onder meer dat in 2030 alle deelnemende instellingen een Center for Teaching & Learning hebben. Als instelling bepaal je dus niet of, maar wel wanneer, waar en hoe je een dergelijk center inricht.

Zijn er regels waar we, als instelling, ons aan moeten houden?

Er zijn ontvankelijkheidscriteria voor de subsidieaanvraag. Dus: ja voor de subsidieaanvraag gelden uiteraard regels, deze worden in de komende maanden verder bekend gemaakt. Mee doen aan de regeling betekent ook meedoen in het kennisdelen in het netwerk van jouw cohort en het landelijk netwerk rondom CTL’s. Maar bij het inrichten van een CTL is er veel vrijheid om dit te doen op een manier die het best past bij de instelling(en). Voorwaarde is wel dat het center zich richt op faciliteren en professionaliseren van docenten. Het center sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven en versterkt die initiatieven. Als je bijvoorbeeld al een innovatielab of i-coaches-aanpak hebt, kun je dit versterken met (of doorontwikkelen naar) een CTL.

Het zou mooi zijn als de term CTL breder wordt geduid om die onvermijdelijke connotatie met een centraal gebouw te voorkomen (zie ook brief minister) in 2022.  

Door te focussen op de doelstellingen en door te laten zien wat er uit onderzoek en best practices al bekend is over wat werkt, willen we deze term inderdaad breder laden.   

Financiering

Is er budget beschikbaar voor het opzetten van een CTL?

Voor iedere onderwijsinstelling is een subsidie (maximaal €500.000 per instelling) beschikbaar om een CTL in te richten, of een bestaande door te ontwikkelen. Instellingen kunnen vanaf september in vier rondes een aanvraag doen bij het subsidieloket DUS-I. Per ronde wordt steeds een aantal aanvragen toegekend; zo krijgt iedere onderwijsinstelling in de loop van Npuls de gelegenheid om aan de slag te gaan. Goed om te weten is dat de subsidies echt bedoeld zijn als eenmalige bijdrage. Elke instelling is zelf verantwoordelijk voor het verder uitbouwen en blijven financieren van de CTL.

Is het €500.000 per aanvraag of €500.000 per instelling binnen een aanvraag?

Het bedrag van €500.000 is per instelling. In een consortium kan je dus gezamenlijk een hoger bedrag aanvragen. Daarbij kun je maximaal €500.000 per deelnemende instelling aanvragen.

Wat wordt er verwacht qua financiering in de periode na de subsidie? Hoe wordt de verduurzaming gefinancierd?

Na de subsidie draagt de instelling zelf de kosten voor de CTL. Vandaar dat de cofinanciering ook substantieel is; daarmee vragen we van de instelling het eigen commitment helder te maken. In de aanvraag zal ook moeten worden aangegeven hoe de instelling dit wil vormgeven na afloop van de subsidie. 

Aanvragen

Is er al een format voor de aanvraag?  

Ja, dat format kun je hier vinden.

Wat is het maximaal aantal pagina’s per aanvraag?

Er zijn vijf pagina’s beschikbaar voor de aanvraag waar kort en bondig antwoord gegeven dient te worden op de vragen. Vervolgens zijn er nog bijlagen van 3 a4’tjes met de activiteitenplanning voor de CTL. 

Kunnen instellingen ook samen een aanvraag indienen?

Ja. Sterker nog: als je met andere instellingen samenwerkt, dan scoor je beter. Zo weten we dat er al veel regionale samenwerkingen zijn binnen en tussen verschillende onderwijslagen. Een samenwerking tussen mbo, hbo en wo stimuleren we ook graag. In de beoordeling zullen we daar rekening mee houden. Daarbij willen we ook ruimte laten aan de instellingen. Daar zoeken we dus een goede middenweg in. 

Onze onderwijsinstelling bestaat uit meerdere onderwijssectoren (bijvoorbeeld vmbo-mbo, of mbo-hbo). Hoe werkt dat?

In het geval van een combinatie-instelling geldt het volgende:
Een onderwijsinstelling die een aanvraag doet voor de CTL-subsidie moet formeel een publiek bekostigde instelling zijn in het mbo, hbo, of wo. We kijken dan naar de juridische entiteit van de instelling (definitie van een onderwijsinstelling #1), het betreft de onderwijsinstelling die in RIO terug te vinden is en die lumpsum toekenningen krijgt vanuit OCW onder een specifiek registratienummer.

De voor studenten en medewerkers bekende onderwijsinstelling (definitie van een onderwijsinstelling #2) kan bestaan uit meerdere van deze onderwijsinstellingen, die gezamenlijk bekend zijn onder één naam, en/of die samen locaties en/of een bestuur delen.

De subsidieregeling voor CTLs wordt opgezet vanuit het perspectief van het mbo, hbo en wo. Dit zijn ook de verantwoordingskaders van Npuls. De aanvraag zal dus gedaan moeten worden door een mbo-,hbo- of wo-instellingen (volgens definitie #1). Ook is het zo dat de subsidieaanvraag (dat wil zeggen de projecten, activiteiten en resultaten) zich officieel moet richten op het mbo, hbo en/of wo.
Tegelijkertijd kan het project in de bredere onderwijsinstelling (definitie #2) wel inclusief worden ingezet. Want het CTL wordt verwacht instellingsbreed te werken. Dat kan dus betekenen dat de organisatie het weliswaar ontwikkeld vanuit een mbo-, hbo-, en/of wo-deel, maar dat de gehele organisatie eraan bij kan dragen en gebruik van kan maken. Ook stelt de definitie van samenwerking in de subsidieregeling geen voorwaarden aan het ‘inclusieveren’ van andere onderwijsinstellingen, ook als deze niet uit de sectoren mbo, hbo, wo komen of zelf geen aanvraag doen; dit kan dus bijvoorbeeld ook een vmbo-poot betreffen.
Dit geldt ook voor het begrip ‘docenten’: alle docenten van de brede onderwijsinstelling kunnen, via de interne samenwerking, gebruik maken van wat er ontwikkeld is in/door het CTL.

Kortom: in de subsidieaanvraag en het bijpassende project richt je je volledig op het mbo, hbo en/of wo. Maar tegelijkertijd kun je parallel of achtereenvolgens wel andere sectoren ‘in huis’ gebruik laten maken van wat er wordt gedaan.
Dit alles past bij de doelstelling van Npuls om opgedane landelijke kennis en de ontwikkelde voorzieningen voor de instelling beschikbaar te maken, op een manier die past bij de eigen context van de onderwijsinstelling. En de eigen context is in dit geval een combinatie-instelling.

Onze onderwijsinstelling is van plan te gaan fuseren met een andere onderwijsinstelling. Kan ik dan toch subsidie aanvragen?

Als een instelling vooraf weet dat hij tijdens het proces van de aanvraag gaat fuseren zijn er eigenlijk twee opties:

1. Fuseert de instelling met een andere instelling, (tamelijk) in het begin van de periode van de subsidie, waarin er dus nog veel gedaan moet gaan worden aan het CTL: dan is het verstandiger om nog even te wachten met de aanvraag. Het is dan namelijk niet goed uitlegbaar dat het CTL specifiek voor de huidige (en straks ‘oude’) instelling wordt opgericht en dat (daarmee) de subsidie specifiek voor de huidige (en straks ‘oude’) instelling wordt aangewend. We adviseren daarom sterk om in dat stadium niet aan te vragen.

2. Fuseert de instelling met een andere instelling, (tamelijk) aan het einde van de periode van de subsidie, waarin de meeste activiteiten voor het CTL al verricht zijn: dan kan de subsidie in principe goed verantwoord worden als besteding aan deze specifieke instelling en kan de aanvraag daarom nog wel gedaan worden. Let daarbij op dat in de verantwoording wel nog duidelijk aandacht besteed moet worden aan het onderdeel verduurzaming van de (bijna) opgezette CTL in de nieuwe context.

Beoordeling

Wie doet de assessment van aanvragen/besteding van gelden en wat worden de criteria?

Vanuit DUS-i zal er een check worden gedaan op de ontvankelijkheidscriteria. De inhoudelijke beoordeling wordt gedaan door een onafhankelijke beoordelingscommissie, die nog moet worden ingericht. In de criteria worden de doelstellingen en randvoorwaarden zoals in de slides terug te vinden zijn concreter uitgewerkt. 

Worden de aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld?

Nee. Alle aanvragen worden kwalitatief beoordeeld door een beoordelingscommissie.

Npuls is mbo/hbo/wo. Als groen mbo hebben wij ook een vmbo in huis. Kunnen we een aanvraag doen waarbij we ons vmbo én mbo samen in één CTL onderbrengen?  

Het aan te vragen budget is bedoeld voor activiteiten die zich richten op het mbo/hbo/wo onderwijs. Als het intern zo georganiseerd is dat er samenwerking en overlap is met vmbo, dan kan dat blijven bestaan. Maar het budget moet wel gericht zijn op de sectoren die binnen de regeling vallen. Een efficiënte inrichting juichen we natuurlijk toe. 

Iedereen moet een CTL hebben na vier jaar én er is een kwalitatieve beoordeling. Kan je er in ronde vier dan nog uitvallen op kwaliteit? 

Er is een minimum aantal punten te behalen per deelaspect. Als je die punten niet haalt, dan kan de subsidie niet toegekend worden.

Hoe wordt de weging van de beoordelingscriteria gebruik? Een minimaal te behalen aantal punten zorgt voor een toekenning? Of de 20 hoogst scorende instellingen krijgen een toekenning

Er wordt nog gewerkt aan de regeling, maar in principe de 20 hoogste scorende instellingen, waarbij ook voor een goede spreiding landelijk, en spreiding over de sectoren gekeken wordt. 

Begeleiding

Is er ook een begeleidingstraject voor het aanvragen?  

Ja, we zullen voorzien in verschillende bijeenkomsten waarbij informatie wordt gedeeld over de aanvraag. Vanuit het programma zijn er ook mensen beschikbaar die je kunt bevragen. Het is ook mogelijk om bij DUS-I informatie op te halen over de regeling als het gaat om de beoordeling en financiering.

Samenwerking

Is samenwerken met een andere instellingen(en) verplicht bij de subsidieaanvraag?

Samenwerking over de sectoren heen mag, maar is geen vereiste. De beoordelingscommissie toetst op de toegevoegde waarde van de samenwerking voor het onderwijs aan de instelling.

Een instelling moet de wijze waarop ze in haar CTL samenwerkt met andere instellingen beschrijven, dit hoeft echter niet (per definitie) gepaard te gaan met een handtekening van het college van bestuur van de andere instelling(en). Een instelling kan er voor kiezen om zelfstandig de aanvraag in te dienen. Samenwerkende instellingen die in dezelfde ronde een aanvraag indienen kunnen besluiten om een gezamenlijke tekst op te stellen voor de beschrijving van hun samenwerking (zij dienen dan beide dezelfde oplegger/paragraaf in bij hun aanvraag).

Als samenwerking tussen andere instellingen nog niet structureel is ingeregeld, hoe verhoog je dan toch de kans op slagen bij de aanvraag?

Ga in gesprek met instellingen in je regio om samen te verkennen waar jullie staan. Wees in de aanvraag eerlijk en schets jullie context en afspraken om te komen tot de gezamenlijkheid. We zullen in latere bijeenkomsten meer informatie delen over de verwachte samenwerking. 

Is het mogelijk om binnen een aanvraag verschillende samenwerkingen aan te gaan op verschillende gebieden?

Ja dat kan, maar het is ook van belang dat de aanvraag haalbaar en helder wordt geformuleerd. Hoe meer samenwerkingen er worden aangegaan, hoe lastiger de realisatie zal zijn. Houd er bovendien rekening mee dat je op thema ook in een later stadium met andere instellingen kunt uitwisselen via het begeleidingstraject, daarvoor hoef je niet per se al bij voorbaat een brede samenwerking aan te gaan. 

Kunnen we binnen een aanvraag met verschillende instellingen samenwerken? Valt onderwerpafhankelijke samenwerking onder de mogelijkheden?

Ja, samenwerking wordt gestimuleerd. Daarbij kijken we in eerste instantie naar samenwerking in de regio, maar samenwerking op onderwerp wordt hoogstwaarschijnlijk ook een mogelijkheid.

Wat beschouwen jullie als ‘regionaal’?

Een regio vatten wij op als een gebied waarin de instellingen die daarin gelegen zijn makkelijk fysiek bij elkaar op bezoek kunnen. Dit mag door de instelling zelf bepaald worden. Met andere woorden: wij hanteren geen vastgestelde regio’s, als instelling kun je zelf bepalen met welke instellingen je ‘in een regio’ zit. Er bestaan (en ontstaan) al veel regionale samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld ook in het kader van LLO-katalysator), hier willen wij op aansluiten.

Jullie willen samenwerking tussen de instellingen stimuleren. Is dat bij voorkeur binnen de sector of juist door instellingen in verschillende sectoren?

Dat kan allebei, maar samenwerking tussen de verschillende sectoren juichen wij zeker toe. 

Er zijn meer mbo-instellingen dan hbo – wo. Verticale samenwerking wordt gestimuleerd. Kunnen hbo- wo met meerdere mbo’s verschillende samenwerkingen aangaan?  

Alle vormen van samenwerking worden aangemoedigd. 

Begrijp ik nu goed dat het doel is een CTL met zowel een interne als externe focus? Is de externe focus voornamelijk gericht op het leren van elkaar? Ik zie de kracht van het CTL voornamelijk voor de instelling intern.

Het doel is een CTL met interne focus; maar om dat goed te kunnen doen menen wij dat van elkaar leren hoe andere instellingen dat aanpakken essentieel is. 

Onderwijs bewegen