Eindevaluatie pilot microcredentials mbo
In opdracht van Npuls heeft het onafhankelijke onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) de eindevaluatie uitgevoerd van de pilot microcredentials in het mbo. Het doel van deze eindevaluatie was om een oordeel te vormen: zijn de doelen van de pilot behaald en zijn er concrete lessen te trekken voor de toekomst.
Wat?
Eindevaluatie van de pilot microcredentials in het mbo. De evaluatie is uitgevoerd op basis van een evaluatiekader dat aansluit bij de doelen van de pilot en voortbouwt op het eerder ontwikkelde evaluatiekader voor microcredentials in het hbo en wo.
Voor wie?
Dit rapport is relevant voor iedereen die werkt aan microcredentials en leven lang ontwikkelen, zowel binnen als buiten onderwijsinstellingen als daarbuiten.
Samenvatting
De pilot microcredentials in het mbo is gestart in april 2024 en afgerond in december 2025. Aan de pilot deden 27 mbo-instellingen mee. Bijna alle deelnemende mbo-instellingen zijn aan de slag gegaan met microcredentials; in totaal zijn ruim 50 microcredentials in ontwikkeling of gereed. Het werkveld is in veel gevallen betrokken als co-creërende partij.
Bij ruim driekwart van de microcredentials komt de behoefte vanuit het werkveld of de regio en vormt de arbeidsmarktvraag het startpunt voor ontwikkeling. Tegelijkertijd blijkt dat de bekendheid van microcredentials binnen het werkveld nog beperkt is. Het kwaliteitskader biedt voldoende ruimte om te experimenteren, maar geeft nog onvoldoende houvast op het gebied van toetsing en borging. De examencommissies spelen hierbij een centrale rol.
Betrokken werkgevers waarderen de samenwerking met het onderwijs en zien microcredentials als een waardevolle aanvulling op het bestaande LLO-aanbod. Ook lerenden kiezen vooral voor de inhoud en niet voor het label microcredential.
Lessen voor de toekomst
- Structurele inbedding in onderwijsorganisaties is noodzakelijk voor verdere doorontwikkeling van microcredentials.
- Microcredentials moeten expliciet een plek krijgen binnen de bredere LLO-strategie van de instelling.
- Microcredentials blijken vooral waardevol wanneer zij voortkomen uit concrete praktijkvragen van werkgevers en werkenden.
- Structurele betrokkenheid van het werkveld helpt om het aanbod direct aan te laten sluiten op de beroepspraktijk en het relevant, actueel en herkenbaar te houden.
- Het aansluiten bij de vraag vanuit het werkveld raakt ook aan het gesprek over de omvang van microcredentials.
- De pilot laat zien dat de gewenste omvang niet los kan worden gezien van de aard van de leervraag en de beoogde leeruitkomsten.
- Een vaste norm biedt houvast en voorkomt versnippering, tegelijkertijd kan het ook belemmerend werken.
Potentie van microcredentials
De pilot microcredentials mbo laat zien dat instellingen in staat zijn om flexibel en vraaggericht onderwijs te ontwikkelen dat aansluit bij de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd maakt de evaluatie duidelijk dat verdere doorontwikkeling vraagt om structurele keuzes: binnen instellingen, in de samenwerking met het werkveld en op landelijk niveau. Door deze lessen gezamenlijk op te pakken kan de potentie van microcredentials in het mbo volledig worden benut.